De Nederlandse economie elektrificeert in hoog tempo. Bedrijven investeren massaal in zonne-energie, laadinfra, warmtepompen en elektrificatie van processen. Maar in die transitie lopen steeds meer bedrijven tegen een stille, maar stevige muur: het elektriciteitsnet zit vol. Netcongestie is geen abstract beleidsprobleem meer, maar een directe belemmering voor dagelijkse bedrijfsvoering en toekomstplannen.
Wat is netcongestie precies?
Netcongestie betekent dat het stroomnet op bepaalde plekken of tijdstippen onvoldoende capaciteit heeft om aan de vraag of het aanbod van elektriciteit te voldoen. Er zijn twee vormen van congestie:
Afnamecongestie treedt op wanneer bedrijven of instellingen meer stroom willen afnemen dan het net op dat moment aankan. Teruglevercongestie ontstaat wanneer er meer stroom wordt opgewekt dan het net kan verwerken, bijvoorbeeld door zonneparken of grote daken met PV-installaties.
Netbeheer Nederland meldde begin 2024 dat al in meer dan 40 procent van het land sprake is van structurele netcongestie. In sommige regio’s zoals Brabant, Limburg en delen van Zuid-Holland zijn wachttijden voor nieuwe aansluitingen opgelopen tot meer dan vijf jaar.
Waarom is dit een probleem voor bedrijven?
Voor bedrijven is een betrouwbare en schaalbare netaansluiting essentieel. Bij netcongestie ontstaan er concrete beperkingen:
Nieuwe aansluitingen voor uitbreiding of nieuwbouw worden vertraagd of geweigerd. Bedrijven die willen groeien of verduurzamen lopen vast. Ook het verzwaren van bestaande aansluitingen wordt in veel gevallen niet gehonoreerd.
Daarnaast wordt de teruglevering van opgewekte zonne-energie steeds vaker beperkt of zelfs verboden. Dat betekent dat investeringen in zonnepanelen minder renderen of zelfs stilvallen.
Elektrificatie van wagenparken, productielijnen of gebouwinstallaties komt hierdoor onder druk te staan. De energietransitie stokt waar de infrastructuur het laat afweten.
Wie worden het hardst geraakt?
Vooral productiebedrijven, logistieke hubs, grootschalige kantoorpanden, VvE’s en ontwikkelaars van duurzame nieuwbouw ondervinden hinder. Bedrijven met laadpleinen, warmtepompen, zonnevelden of veel gelijktijdig verbruik krijgen steeds vaker te maken met capaciteitsproblemen. Ook vastgoedbeheerders die verduurzamingsslagen willen maken, lopen tegen de grenzen van hun aansluiting aan.
Wat betekent dit voor de economie?
Volgens een rapport van TenneT en Netbeheer Nederland uit 2023 loopt de Nederlandse economie tot 2030 mogelijk 40 miljard euro mis aan investeringsgroei als gevolg van netcongestie. Projecten worden uitgesteld of afgeblazen. Innovatie stokt. En bedrijven overwegen in het uiterste geval zelfs verplaatsing naar het buitenland.
Oplossingen op korte termijn: wat kan er wél?
Hoewel netverzwaring de structurele oplossing is, duurt dat vaak jaren. In de tussentijd zijn er oplossingen nodig die binnen de bestaande infrastructuur uitkomst bieden.
Energieopslag is daar een belangrijk voorbeeld van. Met een batterijinstallatie kan tijdelijk vermogen worden geleverd op momenten van piekvraag, waardoor het gecontracteerd vermogen niet wordt overschreden. Ook kan teruglevering van zonne-energie worden gespreid, zodat congestie op het net wordt vermeden.
Slim energiemanagement helpt om het verbruik binnen de grenzen van de aansluiting te houden. Door installaties te sturen, verbruik te faseren en vraag te verschuiven, kan de bestaande aansluiting efficiënter worden benut.
Tijdelijke vermogensondersteuning met mobiele of modulaire batterijen biedt uitkomst bij tijdelijke uitbreidingen, bouwfasen of evenementen. Hierdoor ontstaat ruimte waar het net die (nog) niet kan leveren.
Netcongestie is geen tijdelijk probleem
Netcongestie is geen tijdelijk probleem. De komende jaren zal het spanningsveld tussen energievraag en netcapaciteit alleen maar groter worden. Voor bedrijven betekent dat: niet afwachten, maar anticiperen.
Wie nu investeert in flexibiliteit, energieopslag en slim vermogensbeheer, creëert ruimte voor groei. ETB Hogenes helpt bedrijven en VvE’s in de regio om ondanks netbeperkingen tóch vooruit te komen.

